Huurprijsherziening bij winkelvastgoed moet anders

Bij huurherzieningen voor detailhandelsbedrijfsruimte moet de rechtspraak zich baseren op gerealiseerde markthuurprijzen van maximaal tien jaar oud. Dat bepleit DTZ Zadelhoff. “Er wordt bij huurherziening uitgegaan van het gemiddelde van de huurprijzen in een tijdvak van vijf jaar. Echter, in de praktijk blijkt dat oude huurcontracten, vaak zelfs ouder dan tien jaar, het gemiddelde sterk beïnvloeden”, aldus voorzitter Cuno van Steenhoven.

De huurwetgeving voor winkelvastgoed, die in de jaren ’70 door de wetgever in het leven is geroepen, biedt een hoge mate van bescherming voor de huurder. Van filialisering was in die tijd nog maar beperkt sprake, terwijl individuele winkeliers in de huidige winkelstraat nauwelijks meer te vinden zijn. Een onderdeel van deze huurwetgeving vormt de huurherziening die in haar huidige vorm al bestaat sinds 1980 en is bedoeld om al te sterke huurprijsstijgingen te matigen.