Meer faillissementen in detailhandel

Het aantal faillissementen in de detailhandel is de afgelopen maand gestegen naar 81. Dat blijkt uit de voorlopige cijfers die het CBS maandag publiceerde. In mei 2012 gingen in totaal 69 bedrijven failliet.

In april van dit jaar gingen nog 73 winkelbedrijven op de fles. Dat was eveneens een stijging ten opzichte van een jaar eerder, toen slechts 46 faillissementen werden uitgesproken. Over de eerste vijf maanden zijn nu in totaal 377 winkelbedrijven over de kop gegaan, 51 meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

Volgens de gegevens van het CBS waren er 72 faillissementen voor fysieke winkels en gingen vijf postorder- en internetbedrijven over de kop. In de markthandelbranche werden drie faillissementen uitgesproken. Het laatste faillissement vond plaats in de sector ‘colportage, straathandel en overige’.

Nieuwe naam De Slegte en Selexyz lekt uit

Polare is de nieuwe naam van de samengevoegde boekenwinkels De Slegte en Selexyz. Dat meldt Het Financieele Dagblad op basis van een melding van moederbedrijf DSS Holding bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Samen met de merknaam werd ook het logo, de domeinnaam en het twitteraccount geregistreerd.In de melding is ook te lezen dat de nieuwe winkels ‘apparaten voor het lezen van elektronische boeken, tijdschriften en andere elektronische publicaties’ gaat verkopen. Hieruit blijkt dat de boekhandels e-readers en digitale publicaties in het assortiment opnemen.

Investeringsmaatschappij ProCures, eigenaar van De Slegte en Selexyz, gaf onlangs aan de nieuwe naam op 21 juni bekend te maken. Een woordvoerder van ProCures zegt in een reactie aan NRC op de uitgelekte naam Polare  vast te houden aan de bekendmaking op 21 juni.

Prijsverhogingen stuwen supermarktomzet

De supermarktomzet is in mei met 3,7 procent gestegen ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. Daarmee is het totale bedrag gegroeid van 3,16 naar 3,22 miljard euro, blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van onderzoeksbureau GfK. Over de eerste vijf maanden is de omzet daarmee met 3,8 procent toegenomen.

GfK maakt verder bekend dat het volume nauwelijks is gegroeid. De groei is dan ook vooral toe te schrijven aan de hogere prijs per product. Zo steeg het gemiddeld besteed bedrag per gekocht product in de eerste twintig weken van 2013 met 3,6 procent. Groente en fruit (plus 11,5 procent), bier (plus 7,5 procent) en wijn (plus 7,4 procent) zorgen voor de grootste prijsstijging.

De omzet per kassabon steeg mede door deze prijsverhogingen in de eerste vijf maanden met 2,9 procent ten opzichte van vorig jaar. Als de maanden mei van 2012 en 2013 vergeleken worden, stijgt de kassabon met 2,5 procent van 22,40 euro naar 22,95 euro.

Van de Nederlandse huishoudens kochten 15,1 het afgelopen jaar (tot en met het eerste kwartaal van 2013) boodschappen in het buitenland, concludeert het onderzoeksbureau. Zij gingen gemiddeld 6,3 keer op bezoek in het buitenland, waar ze gemiddeld voor 32,32 euro aan inkopen deden. Met 44,2 procent gaan Limburgse huishoudens het vaakst de grens over voor hun boodschappen.

Zondagsomzet supermarkten blijft groeien

Het aandeel van de zondag in de totale weekomzet van supermarkten komt over het afgelopen jaar uit op 2,33 procent. Dat heeft onderzoeksbureau GfK berekend op basis van cijfers tot en met het eerste kwartaal van dit jaar. Daarmee zorgt de zondag in totaal voor 769 miljoen van de 33 miljard euro jaaromzet, tegenover 734 miljoen euro over 2012.

“De stijging blijft enigszins achter bij de percentages die we eerder hebben gezien”, zegt Joop Holla van GfK. Zo steeg de totale zondagsomzet van 480 miljoen in 2011 naar 734 miljoen euro vorig jaar (plus 53 procent). Verder blijkt dat 52,7 procent van de kopende huishoudens tot het eerste kwartaal van 2013 gemiddeld 6,4 keer per jaar op zondag boodschappen heeft gedaan. Als de cijfers over 2012 worden vergeleken met het jaar ervoor, blijkt het percentage kopende huishoudens op zondag omhoog te zijn gegaan van 40,5 naar 52,6 procent en het aantal bezoeken van 5,16 naar 6,18.

Het zondagsaandeel in de supermarktbestedingen van jonge alleenstaanden is met 5,2 procent het grootst. Gepensioneerden geven amper een procent van hun boodschappenbudget uit op zondag. “Maar ook bij ouderen zie je dat boodschappen doen op zondag steeds meer een gemeengoed wordt”, stelt Holla. Verse maaltijd-pizza’s worden relatief het vaakst op zondag gekocht; warme drank, koffiemelk en suiker het minst.

Verder blijken supermarkten in de drie grote steden en hun agglomeraties relatief veel omzet op zondag te behalen (4,94 procent). In het noorden is dat met 0,65 procent van de totale omzet het laagst. Deze verhouding zal door de wetswijziging omtrent de zondagsopenstelling de komende tijd veranderen, stelt Holla. “Ik verwacht een inhaalslag van de minder toeristische regio’s”, zegt hij. Daar mogen gemeenten er nu namelijk ook voor kiezen om supermarkten alle zondagen te openen, aangezien toeristische omvang niet langer bepalend is.

Tweederde Nederlanders doet aan showrooming

weederde van de Nederlandse consumenten is een zogenaamde ‘showroomconsument’. Zij vergelijken eerst prijzen voordat tot aankoop wordt overgegaan.

De mobiele telefoon is voor vier op de tien Nederlandse consumenten de favoriete prijsvergelijker. Hierop kan de winkelier inspelen door van kijkers kopers te maken. Als de retailer op de winkelvloer gelijk via de smartphone communiceert met de bezoeker, helpt dit het risico van showrooming aanzienlijk te verminderen. constateert het rapport.

“In plaats van de smartphone als een bedreiging te zien, moeten merken en retailers inzien dat deze technologie juist de meest directe en persoonlijke manier is om met consumenten te communiceren. Dat kan ervoor zorgen dat ze hun winkel niet met lege handen verlaten”, zegt Martin Warmelink, Client service director bij TNS NIPO in een persbericht.

Uit het onderzoek blijkt dat mensen tijdens hun bezoek aan een winkel openstaan voor interactie met het betreffende merk. Een kwart van de smartphonegebruikers ontvangt tijdens het winkelen graag digitale coupons. Een op de vijf is geïnteresseerd in apps die in de winkel de weg wijzen. Bovendien is tien procent geïnteresseerd in een virtuele verkoopassistent, die in de winkel vragen over producten beantwoordt. “Dit biedt merken met een goede mobiele strategie een reële kans om op een zinvolle manier met consumenten te communiceren wanneer deze op het punt staan een aankoopbeslissing te nemen”, meent Warmelink.

‘Smartphone: ramp en redding voor retailers’

Door webshops en smartphones gebruiken consumenten fysieke winkels steeds vaker als showrooms. Onderzoek van TNS adviseert retailers hier dringend op in te springen.

Tweederde van de Nederlandse bevolking geeft toe een zogenaamde ‘showroomconsument’ te zijn, die een winkel bezoekt om producten te zien en te testen om ze later elders – en steeds vaker online – te kopen. Dit blijkt uit de nieuwste editie van het jaarlijkse Mobile Life-onderzoek van TNS onder 38.000 mensen uit 43 landen. Veertig procent van de Nederlandse consumenten gebruikt zijn smartphone tijdens dit ‘showroomen’.

‘In plaats van de smartphone als een bedreiging te zien, moeten merken en retailers inzien dat deze technologie juist de meest directe en persoonlijke manier is om met consumenten te communiceren en ervoor te zorgen dat ze hun winkel niet met lege handen verlaten’, aldus Martin Warmelink (Client Service Director bij TNS NIPO).

Dit kan volgens hem door mobiele coupons aan te bieden of persoonlijke hulp via de smartphone. Een kwart van de smartphonegebruikers in het onderzoek ontvangt tijdens het winkelen graag digitale coupons en één op de vijf is geïnteresseerd in apps die hen in de winkel de weg wijzen. Ook heeft één op de tien Nederlandse smartphonebezitters interesse in een ‘virtuele verkoopassistent’, die in de winkel vragen over producten beantwoordt. Toch wordt bijna de helft van de Nederlanders bij voorkeur nog geïnformeerd door een echte verkoopmedewerker. Onder jongeren (16-30 jaar) zoekt één derde liever informatie op de telefoon.

Belangrijkste drijfveren voor showrooming zijn zekerheid over de prijs en de geschiktheid van een product. Veertien procent van de Nederlanders vergelijkt prijzen met andere retailers die hetzelfde product aanbieden. Twaalf procent leest online recensies in de winkel en zeven procent bezoekt sociale media om een aankoopbeslissing te ondersteunen. Nog eens twaalf procent vraagt vrienden en familie om hun mening.

Halfords transformeert webshop en winkels

Halfords werkt hard aan de herpositionering van het merk. De automotive- en fietsenketen breidt hiertoe onder meer de webshop uit naar een zogenaamd online mobiliteitsplatform. Ook de 138 fysieke winkels in Nederland worden onder handen genomen.

Op het mobiliteitsplatform wil Halfords alle producten op het gebied van mobiliteit bieden, maar ook diensten. “We gaan het assortiment uitbreiden en verdiepen. Zo hebben we onlangs Peugeot aan onze fietsenmerken toegevoegd”, vertelt Smeding. “Bovendien willen we een groot assortiment op autogebied, en diensten als autoverzekeringen en autovakanties aanbieden. Waarschijnlijk komen daar ook auto-onderdelen bij.”

Het wensenlijstje van Halfords is echter langer. “Een ander voorbeeld is mobiele elektronica zoals tablets en misschien wel smartphones.” Halfords heeft nu achtduizend producten in het assortiment en dat gaan er volgens Smeding tienduizenden worden.

Binnen de crosschannelstrategie van Halfords is het de bedoeling dat de consument alles uit de webwinkel ook kan aanschaffen in de fysieke winkel. “De komende twee maanden worden alle medewerkers uitgerust met een tablet. Dat is de eerste stap. Daarna kijken we hoe we verder uitbreiden, met bijvoorbeeld schermen.” De winkels worden gefaseerd aangepast naar het concept. Elk onderdeel van het mobiliteitsplatform krijgt een eigen zichtbare plek in de fysieke winkel. De transformatie wordt gefaseerd ingevoerd. Hierbij dient de vestiging in Amsterdam Zuid-Oost als testwinkel.

In de markt gaat het gerucht dat het oude concept Bike World weer van stal wordt gehaald. “Dat zou kunnen, maar er is nog niets concreet”, reageert Smeding. “We hebben vroeger Bike World-winkels gehad. We gaan er op korte termijn niets mee doen en op lange termijn weet ik het niet.”

Het is de vraag of de herpositionering van het merk zal helpen bij de verkoop van Halfords. De winkelketen staat inmiddels 22 maanden te koop, maar een deal blijft uit. Moederconcern Macintosh Retail Group liet al eerder weten de formule niet uit de verkoop te halen. Maintosh leek in 2011 een koper te hebben, maar die partij kreeg op het laatste moment de financiering niet rond.

‘Fysieke winkel wordt geen showroom’

De meeste multichannel shoppers geven de voorkeur aan het kopen van producten in een fysieke winkel. Dat blijkt uit het PwC-rapport ‘Demystifying the online shopper’, waarin tien mythes van multichannel shopping zijn getoetst. Voor het onderzoek zijn elfduizend respondenten uit elf landen ondervraagd, die minstens een keer per jaar een online aankoop doen.

De mythe dat fysieke winkels in de toekomst voornamelijk showrooms worden, wordt deels ontkracht, stelt het bureau. Zo koopt ruim tachtig procent van deze multichannel consumenten hun dagelijkse boodschappen en meubels het liefst in de fysieke winkel. De webshop is voor de aanschaf van boeken en muziek het populairst: meer dan zestig procent van de shoppers koopt die online. Elektronica komt op de tweede stek met bijna de helft van de consumenten.

De pc is het belangrijkste apparaat voor zulke online aankopen. Bijna alle multichannel shoppers doen jaarlijks minstens een aankoop via de computer, tegenover ongeveer dertig procent via een smartphone en een kwart via een tablet. Daarbij verwacht een derde van de respondenten de komende twaalf maanden hun computer meer te gebruiken voor online aankopen, tegenover elf procent een tablet. Daarmee houdt ook de mythe dat de tablet de computer binnenkort gaat overnemen als het favoriete apparaat om online te shoppen, geen stand.