Retailjaar 2013: Internationalisering winkelstraat

Van Marks & Spencer, Superdry en Urban Outfitters tot aan Prada, Christian Dior en The Kooples. Stuk voor stuk openden deze internationale formules dit jaar hun eerste vestiging in ons land. Daarnaast breidden aanwezige buitenlandse spelers als Primark en Zara hun dominantie in het Nederlandse straatbeeld uit.

Inmiddels is ongeveer vijftien procent van de winkelpanden door buitenlandse ketens bezet, weet Krijn Taconis. Als executive director van vastgoedadviseur CBRE Retail adviseert hij spelers als Primark en Starbucks bij hun uitrol in ons land. Hij ziet het aandeel buitenlandse ketens in Nederland de komende vijf jaar verdubbelen. Daarbij ligt de focus voor winkelopeningen op Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Rotterdam, de vier grootste steden van ons land. “Nederland kent een grote winkeldichtheid, met veel winkelgebieden op korte afstand van elkaar”, stelt hij. “Buitenlandse ketens kijken echter naar verzorgingsgebieden, die over gemeentegrenzen heen gaan.”

Amsterdam geldt sinds jaar en dag als populairste vestigingsplaats. Daar profiteren retailers volgens Taconis onder meer van huurprijzen die lager liggen dan in andere grote Europese steden. Behalve de al genoemde ketens openden ook onder meer Karl Lagerfeld, AllSaints, Lululemon en Comme des Garçons er dit jaar hun eerste Nederlandse vestiging. “Amsterdam is de proeftuin van Nederland”, stelt directeur Hans van Tellingen van vastgoedonderzoeker Strabo. Niet alleen beschikt onze hoofdstad over voldoende winkelpassanten, de winkelketens vinden er ook nog eens een koopkrachtig publiek. Daarvoor is veel te danken aan het grootschalige toerisme in Amsterdam, weet hij.

Een mening die wordt gedeeld door directeur Robert Bleekemolen van makelaar B&O Retail. De komst van luxemerken als Prada naar de P.C. Hoofdstraat is volgens hem mede het gevolg van het succes van lokale musea. Van Aziatische en Russische toeristen weet hij dat ze na hun bezoek aan het Rijksmuseum zo vijfduizend euro uitgeven in de meest chique winkelstraat van Amsterdam. Daardoor is Amsterdam volgens hem geklommen van de achtste naar vijfde plek op de verlanglijst van winkeliers.

Van Tellingen wijst er op dat internationale ketens zich ook gerust buiten Amsterdam willen vestigen. De kwaliteit van Nederlandse winkelcentra en -straten kan daar echter nog wel eens tekortschieten. Zo houdt de gemeente de bouw van een uitbreiding voor het winkelcentrum in Amstelveen voorlopig tegen. “Dat soort centra, waarbij Amstelveen de beste in zijn soort is, moeten juist geschikt gemaakt worden voor de komst van deze winkelketens”, stelt de directeur van Strabo.

Hoewel sommige regionale winkelcentra wellicht niet ‘sexy’ klinken, zijn ze volgens hem wel aantrekkelijk voor internationale ketens. “De goede winkelcentra zien het aantal bezoekers en de totale bestedingen nog altijd oplopen.” Om ruimte te maken voor nieuwe formules moeten sommige winkelpanden bijvoorbeeld samengevoegd worden, stelt hij. “De gemeente moet daar dan wel aan meewerken.”

Het wachten was op de eerste gemeente die het advies van Van Tellingen opvolgde. Winkelcentrum Leidsenhage in Leidschendam krijgt wel die uitbreidings- en upgradingsruimte”, stelt hij. “En als er eenmaal een stad kiest voor een flinke vernieuwing, dan volgen meerdere steden.” Internationale ketens gaan namelijk maar wat graag andere winkelbedrijven achterna, weet ook Taconis. Buitenlandse ketens houden volgens hem het succes van anderen nauwlettend in de gaten. Ze zijn namelijk op zoek naar meer schaalgrootte, om hun formule levensvatbaar te houden. “De levensduur van een formule is tegenwoordig veel korter, de consument raakt steeds sneller uitgekeken. En hoe groter het winkelbedrijf, hoe eenvoudiger winkelketens kunnen innoveren”, aldus Taconis.

Daarbij profiteren ze volgens hem van de kansen die het huidige winkelvastgoed biedt. Internationale ketens blijken namelijk geen boodschap te hebben aan rapporten over toenemende leegstand in Nederland. Die is volgens Van Tellingen ook alleen in krimpgebieden zichtbaar. “Op goede plekken is er een groot tekort aan winkelruimte en dus ruimte voor uitbreiding. We moeten ook stoppen met het doemdenken dat alles op internet verkocht gaat worden”, stelt hij. “Het echte winkelen vindt plaats in de winkelstraat.”