Supermarktomzet voor het eerst gedaald

De Nederlandse supermarktomzet is in november voor het eerst dit jaar teruggelopen. Na een steeds kleinere omzetgroei vanaf de maanden maart en april, daalde de omzet van supermarkten afgelopen maand met 0,6 procent. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van onderzoeksbureau GfK.

De omzet kwam in november uit op 3,17 miljard euro, tegenover 3,19 miljard in 2012. De daling wordt veroorzaakt door een afname van het aantal bezoeken met 1,4 procent. De waarde van de kassabon steeg wel, van 27,10 naar 21,78 euro (plus 0,8 procent).

Het aantal mensen dat stelt het afgelopen jaar minder te hebben uitgegeven aan dagelijkse boodschappen is de afgelopen maand toegenomen. Dat blijkt uit de Voedingsbarometer, die GfK maandelijks uitbrengt. De afgelopen twaalf maanden zegt 34,8 procent te hebben bezuinigd op boodschappen, tegenover 32,1 procent vorige maand. Daarnaast denkt 23,5 procent het komende jaar minder uit te geven, tegenover 22,2 procent bij de vorige meting.

Verder blijft het aandeel van de zondag in de totale supermarktomzet groeiende; 2,6 procent van de omzet wordt nu op zondag gerealiseerd. De jaaromzet op zondag is in vijf jaar gestegen van 225 miljoen euro in 2008 naar 861 miljoen euro in het voortschrijdend jaar 2013. 56 procent van de huishoudens doet gemiddeld 6,6 keer per jaar boodschappen op zondag. Jongeren en alleenstaanden doen relatief het vaakst boodschappen op zondag, gepensioneerden het minst.

Retailers minder somber gestemd

Retailers verwachten een stevige seizoensgebonden omzetgroei voor het vierde kwartaal. Daardoor zijn ze minder negatief over deze periode dan een kwartaal eerder. Dat maakt het CBS bekend in de Monitor Detailhandel.

Lag de indicator voor de omzetverwachting voor het derde kwartaal nog op min twintig, voor het vierde kwartaal komt de prognose op 17,2. Ook zijn winkeliers minder pessimistisch over het economisch klimaat (min 10,6) en de personeelssterkte (min 8,7). Wat prijzen betreft blijft de stemming onder de ondernemers met min negen redelijk gelijk.

In vergelijking met de verwachtingen die retailers vorig jaar over het vierde kwartaal hadden, valt alleen de prognose over het economisch klimaat positiever uit. Winkeliers zijn behoorlijk pessimistischer over omzet, prijzen en personeelssterkte dan een jaar eerder.

Eerder werd al bekend dat het aantal faillissementen in de detailhandel in oktober naar recordhoogte gestegen was. In die maand gingen 94 winkelbedrijven op de fles, het grootste aantal sinds de start van de crisis. In totaal vroegen in het derde kwartaal 245 retailers faillissement aan, fors meer dan de 178 in 2012.

In 2020 merendeel online bestellingen

Uit onderzoek van GfK en Shopping2020 onder bijna twaalfduizend consumenten blijkt dat de Nederlandse consument verwacht het merendeel van de aankopen in 2020 online te bestellen. Nu verloopt 17 procent via het online kanaal, tegen die tijd zal het 52 procent van alle aankopen zijn.
De opkomst van aankopen online gaat niet alleen maar ten koste van het fysieke kanaal. De consument verwacht in 2020 nog altijd naar de winkel te gaan voor kleding (88 procent), sportartikelen (86 procent) en schoenen, ‘personal lifestyle’ en dagelijkse boodschappen (83 procent). Waarvoor een groot deel van de consumenten verwacht niet meer een fysieke winkel op te zoeken is voor vliegtickets (41 procent), evenementtickets (veertig procent), verzekeringen (37 procent), pakketreizen (36 procent) en telecom (31 procent) .
Hoewel 73 procent van de consumenten bereid is online persoonlijke informatie te delen, wil slechts dertien procent dat de webwinkel wordt aangepast aan zijn persoonlijke voorkeuren. In de fysieke winkel heeft zestien procent behoefte aan een persoonlijke winkelervaring met een medewerker door zijn gegevens te delen. Zeven procent wil deze persoonlijke winkelervaring via een mobiel apparaat hebben.
Nederlandse winkeliers krijgen steeds meer te maken met concurrentie van buitenlandse webwinkels. De consument kocht zijn laatste aankoop vaak bij buitenlandse webwinkels, onder meer voor media en entertainment (achttien procent), kleding (vijftien procent) en schoenen en accessoires (negen procent). “We zien een licht stijgende lijn in het aantal online aankopen over de grens”, zegt research director Stefan Peters van GfK. Hij verwacht dat deze lijn de komende jaren zal doorzetten. “Dat komt met name doordat grote buitenlandse spelers zich nu ook op de Nederlandse markt richten.”

Eén op de tien consumenten staat langer dan één maand rood

De AFM heeft onlangs een marktonderzoek laten uitvoeren naar beleving en gebruik van Roodstand onder consumenten. Bij de 511 ondervraagden blijkt dat slechts 1 op de 10 het hoge rentepercentage van 12% tot 15% weet te noemen. Daarnaast ziet de helft Roodstand niet als een vorm van krediet. Ruim een derde denkt zelfs dat de rente lager is dan 6%.

Eén op de tien consumenten staat langer dan één maand, of soms zelfs langer dan 3 maanden, rood. Roodstand lijkt hiermee niet gebruikt te worden om kortstondige schommelingen in het inkomen op te vangen, maar als structurele aanvulling op de bestedingsruimte.

Dit bevestigt het beeld dat consumenten vaak niet weten wat zij betalen voor roodstaan op hun bankrekening of roodstaan bij een creditcard maatschappij of winkelketen, en dit zelfs niet als een krediet zien. Terwijl het veel duurder is. Alternatief voor rood staan op een bankrekening, bij een creditcard maatschappij of winkelketen (klantpas) kan een doorlopend krediet bij een bank zoals Rabobank, ING of De Nederlandse Kredietmaatschappij.