Fuifwinkel van Duyvis

Aanstaande maandag vind je in de Amsterdamse Kalverstraat alle benodigdheden voor een fuif. Dan opent Duyvis de deuren van haar tijdelijke Fuifwinkel, meldt het PR Bureau. De Fuifwinkel blijft een week open in Amsterdam om zich daarna te verplaatsen door Nederland.

Een aantal jonge ondernemers hebben in de Kalverstraat een winkelruimte gehuurd waar om de paar maanden een merk in wisselt. Zo gingen Coca-Cola met de gepersonificeerde blikjes en automerk Skoda Duyvis voor. Voordeel van zo’n pop-upstore voor marketeers: veel aandacht van het publiek, de tijdelijke karakter wekt urgentie, compleet eigen uitstraling/concept en het risico voor de merken is betrekkelijk.

In de Fuifwinkel zijn alle ingrediënten aanwezig om er een feestje van te maken. Van Borrelnootjes tot fuifmutsen. Om alvast in de stemming te komen kan de Borrelnootjes-limbo worden gedanst op live muziek afkomstig van het karaoke podium.

Fuif
Het woord ‘fuif’ werd onlosmakelijk verbonden aan het merk Duyvis met de commercials uit de jaren ’90. De familie Duyvis startte in 1961 met de verkoop van pinda’s en noten. Enkele jaren later werden daar zoutjes en dipsauzen aan toegevoegd. In 1993 kwamen de beroemde Borrelnootjes op de markt, gevolgd door de Tijgernootjes. Inmiddels zijn de pinda’s, Borrelnootjes en dipsauzen van Duyvis volgens het bedrijf  ‘standaard onderdeel van elk Nederlands feestje’.

Verspreid over Nederland zijn er naast de Kalverstraat nog vier tijdelijke Fuifwinkels in V&D’s. In de week van maandag 10 februari bezoekt de Fuifwinkel V&D-winkels in Rotterdam en Den Haag. De week erna zijn de V&D in Groningen en Utrecht aan de beurt.

Polare sluit Nederlandse winkels

Vanaf vandaag sluit Polare tijdelijk zijn twintig Nederlandse vestigingen en webshop. De Nederlandse outlet stores en de acht Belgische vestigingen blijven wel open. De boekwinkelketen heeft een financiering van ongeveer drie miljoen euro nodig om het voortbestaan veilig te stellen.

Polare verkeert in moeilijkheden doordat de samenwerking met beoogde partners niet verloopt zoals gehoopt. Directeur Jan van de Wouw: “We hebben krediet en tijd nodig om door te kunnen.” De problemen zouden zijn veroorzaakt doordat distributeur Centraal Boekhuis niet akkoord gaat met betalingstermijnen van vier maanden. Ook trok een investeerder zich terug die belangstelling had voor een pand van de keten, meldt De Telegraaf.

Met een tijdelijk verruimde kredietregeling zou Polare naar eigen zeggen vanaf mei dit jaar weer zwarte cijfers kunnen schrijven. De keten heeft aan haar partners verschillende scenario’s gepresenteerd. Zonder resultaat volgens Van de Wouw.

De sluiting is volgens hem noodzakelijk om het voortbestaan van de keten veilig te stellen. Bovendien werkt de boekwinkelketen aan een strategische heroriëntatie. Intussen voert Polare gesprekken met geïnteresseerde partijen. Daarbij gaat het om een mogelijke overname, bevestigt Van de Wouw.

Streep door avond- en weekendtoeslag

De loontoeslag voor arbeid in de avonduren of in het weekend moet volgens MKB-Nederland volledig verdwijnen. “De bonden moeten begrijpen dat dit echt niet meer kan”, zegt voorzitter Michaël van Straalen van MKB-Nederland in Het Financieel Dagblad.

Het is volgens Van Straalen uit de tijd om werknemers extra te betalen wanneer zij in de avond of op zondag werken. De economie is niet meer gebonden aan de tijden van negen tot zes, stelt hij.

Het mkb kan deze toeslag niet opbrengen, stelt de opvolger van Hans Biesheuvel. Zo wordt een zelfstandige winkelier door de concurrentie van grote ketens gedwongen om ook op koopavond of zondag te openen. Door de toeslagen voor zijn personeel is het niet renderend voor die winkelier om op zondag open te zijn.

Wanneer leden het probleem aankaarten bij cao-onderhandelingen, leidt dat volgens hem meteen tot conflicten. Hij roept de vakbonden op daarmee te stoppen. Of bijvoorbeeld het algemene loonniveau omhoog moet om de toeslagen te compenseren, kan Van Straalen niet zeggen. “Dat moet decentraal, per bedrijf en sector, worden uitonderhandeld.”

De voorzitter roept ook de politiek op om met een lastenverlichting te komen. Zo zijn de loonkosten volgens hem sinds 2005 met twaalf procent toegenomen, maar is het reëel besteedbaar inkomen van werknemers juist met een tiende gedaald. “De overheid heeft zich gedragen als een rupsje-nooit-genoeg.” Het gevolg is dat met name in de bouw en detailhandel rendementen onder druk staan. Dat komt volgens Van Straalen niet alleen doordat mensen steeds meer online kopen. “85 procent gebeurt nog steeds in stenen winkels.”

Vier aanbevelingen voor de retailer

Consumenten vinden voor steeds meer producten de weg naar de online retailer. Trends als ‘showrooming’ en het gemak van mobiel prijs vergelijken maken het voor veel fysieke retailers lastig om de strijd aan te gaan met de webwinkels. Door de nieuwe digitale ontwikkelingen te gebruiken kunnen fysieke winkeliers goed meekomen ten opzichte van de e-tailers.

Een cultuurverandering is dan wel nodig. Een verandering waarin niet de interne processen, maar de klant het middelpunt is van elke oplossing. Een verandering die de plotselinge veranderingen in de markt flexibel kan opvangen en waarop men snel op kan inspelen.

Klantbeleving en technologie
Een pakketkoerier wacht bij de deur terwijl je rustig je online bestelde jeans even past. Een winkel binnenlopen en een alert op je smartphone ontvangen over de korting op een product dat je gisteren nog op je verlanglijstje plaatste. Voorlopers in de retailsector combineren het beste van online met hun fysieke winkels tot een aantrekkelijke klantervaring. Ze zetten technologie en klantbeleving zoveel mogelijk in als integraal onderdeel van elke klantoplossing, om relevant te blijven voor hun klanten. In 2020 is dergelijk ‘omni-retailer’ gedrag eerder regel dan uitzondering. Daarom is het van belang voor retailers om gebruik te maken van innovaties die onderdeel zijn van het verwachtingspatroon van de consument.

Vier aanbevelingen die het mogelijk maken om de klant centraal te stellen in de retailorganisatie:

1) Klantkennis is onontbeerlijk
Door personalisatie in het aanbod meldt meer dan 50% van de webwinkels een groei in terugkerende bezoekers. Personalisatie gaat verder dan het juiste naamveld in een e-mail invoegen. Om het aanbod voor de klant relevant te maken is complete en betrouwbare klantdata nodig. Data die inzicht bieden in de manier waarop klanten het liefst met de winkel en merk communiceren. Data die hun voorkeuren en aankooppatronen vastleggen. Customer analytics en technologie voor klantherkenning geeft dergelijke inzichten en stellen retailers in staat om een individuele klantervaring te bieden. Bijvoorbeeld de productweergave die toegespitst is op een klantprofiel, zodat er per klant unieke informatie getoond wordt die voor hem of haar belangrijk is om een keuze te maken.

2) Tonen van de juiste gegevens

Betrouwbare, gestructureerde en genormaliseerde productinformatie is een absolute noodzaak om relevant te zijn voor de klant. Master Data Management, Customer analytics tooling, CRM systeem, Web analytics en Locatie technologie (bijv. Bluetooth / iBeacon) maakt de combinatie van klantkennis met de juiste productinformatie en productrecensies nodig om die ene klant, op het juiste moment, via het juiste kanaal met relevante content in aanraking te brengen. Bijvoorbeeld producten die gluten bevatten (of niet). Dit is voor mensen met een glutenallergie veel belangrijker dan foto- en videomateriaal of productrecensies.

3) Onderscheid je in je klantpropositie
Op prijs concurreren is niet voor iedereen weggelegd, zeker niet op het internet waar snel duidelijk is wie de laagste prijs biedt. Daarnaast is prijs niet voor ieder product en voor iedere klant het belangrijkste keuze-element. Slimme retailers begrijpen dat het mogelijk is de strijd aan te gaan op basis van een onderscheidend assortiment, persoonlijke aanbiedingen of een unieke klantervaring. Zij hebben vaak “end to end proposities”, vanaf klantoriëntatie tot en met het aftersales proces.

Retailers met onderscheidende proposities maken nu al gebruik van wizards om complexe producten eenvoudig te maken. Zij doen aanbiedingen op basis van het winkelmandje, eerdere aankopen, recent bekeken producten en klantgedrag in de fysieke winkel. Bijvoorbeeld in de huidige energie- en telecommarkt, waar leveranciers succes hebben door hun aanbod af te stemmen op het exacte energieverbruik en belgedrag van hun (toekomstige) klanten.


4) Creëer een unieke klantervaring

Voor steeds meer klanten zijn (fysieke) winkels plekken waar ze nieuwe ervaringen opdoen, deze personaliseren en vervolgens delen met anderen. Tegelijkertijd is winkelen voor andere mensen een noodzakelijk kwaad, om zo snel mogelijk een behoefte te bevredigen. Bedenk daarom vooraf welke rol je wilt spelen in het leven van de klant.
Neem je bijvoorbeeld de rol aan van een professionele curator die een selectie van producten presenteert?
Of kies je er voor geen langdurige klantrelaties aan te gaan? In 2020 zal het nog belangrijker worden een duidelijke klantstrategie te kiezen. De bijpassende klantinteracties uit te voeren over de verschillende kanalen heen, om uiteindelijk een geïndividualiseerde, omnichannel klantervaring te bieden. Benodigde middelen zijn een webplatform, distributed order management, tooling voor customer analytics, web analytics, dynamische pricing technologie en CRM systemen.

Retailers die de klant centraal stellen zullen de meest succesvolle resultaten weten te behalen. Voor meer informatie over Shopping2020 kunt u terecht op www.shopping2020.nl.

Efficiënter met personeel omgaan

Wanneer winkels efficiënter willen worden, zullen retailers ook efficiënter met de medewerkers om moeten gaan. Zo moet personeel een flexibele rol in de winkel krijgen, volgens Henk Gianotten in RetailTrends 1, naar aanleiding van zijn onderzoek naar de toepassing van human capital management in de handel voor het Kenniscentrum Handel. Bijvoorbeeld dat het winkelpersoneel ook online orders kan afhandelen.

Om flexibel te zijn, moeten werknemers het samenspel tussen het offline en online kanaal begrijpen, stelt Gianotten. Daarom is kennis van nieuwe technologieën een belangrijke eigenschap van huidig personeel. “Als medewerkers van Media Markt worden uitgerust met een tablet moeten zij over dezelfde informatie kunnen beschikken als de zestig procent van de klanten die voor zijn winkelbezoek het internet raadpleegt.” Die klanten weten namelijk precies wat zij voor welke prijs bij een ander kunnen kopen.

Retailers hebben de mond vol van de toekomstige rol van gastheerschap en beleving in de winkels, maar kijken daarbij niet naar wat dat exact voor de eigen zaak betekent. De tijd dat winkelketens hun kop in het zand konden steken, is inmiddels echter voorbij, stelt Gianotten. “Het belang van heldere keuzes maken, doelen stellen en dat doorvertalen naar de werkvloer is groter dan ooit.”
Bron : RetailTrends

Koopavond minder populair

Steeds minder consumenten winkelen op een koopavond. Ten opzichte van een jaar eerder, bezoekt ruim een derde van de Nederlandse consumenten minder koopavonden. Ten opzichte van vijf jaar geleden ligt dat aandeel zelfs op 51 procent. Dat blijkt uit een onderzoek van I&O Research onder bijna drieduizend consumenten.

Slechts zeven procent van de ondervraagden maakt vaker gebruik van de mogelijkheid om in de avond te winkelen dan vorig jaar. In totaal bezoekt nog 81 procent van de consumenten wel eens een koopavond, die voornamelijk op donderdag- en vrijdagavond gehouden wordt. Twee derde van de consumenten doet dat echter minder dan een keer per maand.

De consument schaft op een koopavond het vaakst levensmiddelen aan, gevolgd door kleding. De koopavond wordt niet alleen gebruikt om recreatief te winkelen, maar zelfs vaker om boodschappen te doen. Daarbij heeft de vrijdag (41 procent) de voorkeur boven de donderdag (19 procent).

Jongeren blijken het meest gehecht aan de koopavonden. Een meerderheid (56 procent) van de ondervraagden tot 35 jaar vindt de extra koopavond belangrijk. Maar hoe ouder de consument, hoe lager dat percentage ligt. De vergrijzing kan volgens het onderzoeksbureau daarom het draagvlak voor een doordeweekse avondopstelling van winkels verder onder druk zetten.

Eerste shopping wall in Den Haag

Het Haagse winkelcentrum New Babylon krijgt vanaf half februari de eerste shopping wall. Voorbijgangers kunnen producten kopen van onder meer hollandsnieuwe en Huawei uit de zogenoemde The Shopping Wall.

Soortgelijke vending machines staan al op luchthavens in binnen- en buitenland. Zo verwelkomde Schiphol twee jaar terug al een automaat van telecomaanbieder hollandsnieuwe. De variant in New Babylon wordt de eerste ‘Wall’, waarbij consumenten producten van meerdere partijen kunnen kopen. Vervolgens kan de klant via The Shopping Wall ook het volledige online assortiment thuis laten bezorgen.

The Shopping Wall lijkt een oplossing voor retailers en merken die graag op een high-traffic locatie aanwezig willen zijn, zonder daarbij over veel vierkante meters te hoeven beschikken. De verkoopautomaten stimuleren impulsief koopgedrag van producten die de consument kent en waarvoor geen verkoopondersteuning voor nodig is.

Winkelleegstand voor het zevende jaar op rij toegenomen

De leegstand van winkelpanden is in 2013 voor het zevende jaar op rij toegenomen. Dat maakte de informatieleverancier op het gebied van detailhandel Locatus bekend.

De leegstand van het aantal winkelpanden ging over heel 2013 naar 6,9 procent, van 6,4 procent aan het begin van het jaar. Daarmee steeg de leegstand met meer dan 1000 panden naar ruim 15.000 leegstaande winkelpanden, aldus Locatus.

Volgens de informatieleverancier levert de damesmodebranche de meeste lege panden aan, maar vult die ook weer de meeste winkels in. Andere sectoren die voor veel leegstand zorgden, waren videotheken, softwarewinkels en reisbureaus.

Volgens Locatus zijn de regionale verschillen sterk. Het percentage leegstaande vierkante meters kwam uit op 7,3%. De leegstand is het hoogst in de perifere regio’s Zuid-Limburg (11,4%), Delfzijl en omgeving (10,9%) en oost-Groningen (10,1%), tegen een leegstand van 3,9% in Groot-Amsterdam.

Van alle leegstaande panden staat 44% minder dan 1 jaar leeg en aanvullend nog eens 34% minder dan 3 jaar. De onderzoekers vinden het opvallend dat het aandeel panden dat langer dan 1 jaar leegstaat niet toeneemt, maar juist iets afneemt.

Verder blijkt dat in 2013 voor het eerst deze eeuw een einde is gekomen aan de groei van het aantal winkelmeters. Het aantal winkelpanden loopt al een aantal jaren terug, maar schaalvergroting zorgde ervoor dat het aantal winkelmeters bleef stijgen, stelt Locatus.

Overbewinkeld
Nederland is overbewinkeld, omdat er voor de crisis steeds meer panden bij werden gebouwd. In combinatie met de afnemende bevolkingsdichtheid leidde dat tot een overschot aan vierkante meters winkelruimte. Dat stelt Ronald van Zetten, topman van winkelketen HEMA, zaterdag in een interview in het AD.

Hij ergert zich eraan dat er nog steeds grote retailparken bijkomen, zoals Doemere in Almere Poort. “Dat is een slecht idee zo buiten de stad vanwege de leegstand in het centrum. Bovendien is niet in elke wijk een winkelcentrum nodig; het is al moeilijk genoeg zonder die concurrentie.”

Aanpassing supply chain door opkomst online omzet

De verwachte omzetverdubbeling van online aankopen tot 2020 vraagt om een aanpassing van de supply chain. Expertgroep Supply Chain van Shopping2020 stelt in zijn eindrapport dat retailers een achterstand hebben op internationale spelers als Amazon en Google.

Retailers moeten gaan nadenken over welke rol zij vervullen in het nieuwe retail landschap, stelt Axel Groothuis, partner Eurogroup Consulting en voorzitter van de expertgroep. “Wanneer 1-uurslevering de nieuwe standaard wordt, betekent dit dat de opslag of het vervaardigen van producten in de buurt van de consument zal moeten plaatsvinden.”

Volgens de expertgroep hebben vier trends invloed op de supply chain in 2020. Als eerste is er de veeleisende consument die goederen en informatie steeds meer 24 uur per dag beschikbaar wil hebben. Hij wil zelf bepalen wanneer zijn aankoop geleverd wordt en wanneer hij het kan terugsturen wanneer het niet bevalt.

Ook zorgt de opkomst van moderne technologieën voor nieuwe verwachtingen op het gebied van producten, beschikbaarheid, informatie en diensten. ‘Verdere digitalisering van producten en diensten en 3D-printing veroorzaken uiteindelijk een ingrijpende verandering in veel supply chain-structuren’, aldus de expertgroep.

Daarnaast verschuift de regelgeving van de Europese Unie van sterkere rechten richting consumenten. De verwachting is dat de overheid ingrijpt als leveranciers en consumenten de impact van leveringen, retouren en verpakking op het milieu niet verminderen. Tevens komt er meer aandacht voor de juiste informatievoorziening over bijvoorbeeld de herkomst van producten en ingrediënten.

De expertgroep Ecologie stelde vorige week dat retailers meer verantwoordelijk worden voor milieugevolgen, door de verschuiving van offline naar online aankopen. Zij moeten daarom samenwerken met partners en consumenten om te komen tot een meer duurzame supply chain oplossing.

Reclamecode voor social media van kracht

Retailers die via sociale media adverteren krijgen bindende regels opgelegd door de nieuwe Reclamecode Social Media. Deze geldt sinds 1 januari 2014. Ondernemers zijn nu verplicht eerlijk te communiceren dat zij betalen voor berichten op sociale media. Een voorbeeld is om #spon aan hun bericht toe te voegen. Deze afkorting staat voor ‘gesponsord’.

Bovendien mag een ondernemer negatieve reacties op eigen social mediakanalen niet zomaar meer verwijderen. Ook moet de relatie duidelijk zijn tussen een adverterende ondernemer en iemand die beloond wordt voor het verspreiden van een bericht op social media. Wanneer een consument bijvoorbeeld voordeel ontvangt om een nieuw product te beoordelen, moet hij dat melden.

De Reclamecode Social Media is volgens Dutch Dialogue Marketing Association (DDMA) nodig. De brancheorganisatie voor marketeers ziet vaak voorbeelden van blogs, posts of tweets die niet aan de algemene reclameregels voldoen. Brancheorganisaties zijn betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe code. Het doel is om met de adverteerders en de e-commerce sector een standaard neer te zetten voor verantwoorde reclame op social media.